Waalse Kerk Breda
Luiklok
Het klokje dat momenteel naast de preekstoel staat opgesteld is afkomstig uit de beiaard van de Grote Kerk. De klokken van het Bredase klokkenspel zijn in de tweede wereldoorlog door de Duitsers in beslag genomen en weggevoerd. Na de oorlog wordt de beiaard hersteld en gerestaureerd. Een aantal kleinere klokken worden niet opnieuw gebruikt of hergoten. In 1950 krijgt de Waalse Gemeente dit klokje in bruikleen van de Gemeente Breda en komt het in de dakruiter te hangen. Het wordt gebruikt als luiklok. Bij de restauratiewerkzaamheden in 1981 wordt het klokje verwijderd. Het ijzer waaraan het klokje hangt is door gaan roesten en hierdoor is de kroon van de klok gebroken. Ook zit er een gat aan de bovenzijde. Een dergelijke schade aan een gegoten klok is onherstelbaar. Door de Koninklijke Eysbouts Klokkengieterij en Fabriek van Torenuurwerken in Asten is de klok gelijmd en schoongemaakt zodat het tentoongesteld kan worden. Als luiklok kan het echter nooit meer functioneren, het zal nooit meer een zuivere toon produceren. Het bronzen klokje met slagtoon es3 is gegoten in 1724 door Willem Witlockx te Antwerpen. Op dit klokje staat onder andere vermeld: Antoine de Mestral colle me dedit (Kolonel Antoine de Mestral heeft me geschonken). Deze kolonel is in Breda gestorven en ligt in de Grote Kerk begraven. Ter vervanging van dit klokje heeft Koninklijke Eysbouts in 1983 een nieuwe luiklok voor de Waalse Kerk gegoten met een gewicht van 23 kg en het randschrift: Eisbouts astensis me fecit. Op verzoek van de kerkenraad werd ook de tekst aangebracht: J’affirme la vie.